Blog
Deel 2 De witte Hadji..
Muizen, O dat zijn toch leuke beestjes, die snuitjes ,mooie kraaloogjes, zo romantisch.
Helemaal volgens de nostalgische pentekeningen, afgebeeld in verschillende bladen, vooral glossy buitenmens bladen, en hebben muizen schortjes voor, leuke strohoedjes op, staan ze te bakken aan een grootmoeders fornuisje met een schoorsteentje in een klein holletje onder een boomstronk. Want daar woont de familie.
Ook in mijn kantoor in de tuin, woont familie muis, in de spouw van de houten want. De binnenkant van het kantoor is mooi betimmerd met grenenhouten planken waar wel eens een noest ontbreekt. ’S Avonds zit ik achter mijn computer, en recht voor mij in de houten want verschijnt een muis in zo’n noestgat steekt zijn hoofd naar buiten kijkt om zich heen, ik zie het snel trillen van zijn voelharen om zijn snuitje kijkt niet eens naar mij en trekt zich terug.
Er waren dat jaar veel muizen, ze zaten overal, ze renden van hier naar daar en terug, onder het dak, in de schuur, natuurlijk in het kippenhok en ren, ook in mijn hok.
Als ik s’avonds wat aan het klussen was, dan zag ik wel zeer opvallend mooi glanzende wel doorvoede muizen lopen over de spantbalken. Fam muis voelde zich wel op hun gemak bij mij in het hok. Verbaasd als ik was over de conditie van de muizen bleef ik hun volgen ze wipten over de balken heen naar een plek op een plank waar ik mijn kwasten bewaar ineen pot met rauwe lijnolie. Behendig als ze zijn gingen ze op de kwasten in de pot staan als ware het in een spagaat om maar bij de steeds zakkende lijnolie niveau te kunnen komen en zich te laven aan het goedje. De volgende dag pakte ik met de gieter water uit de regenton welke aangesloten is op de dakgoot van het hok en daar dreef een weldoorvoede muis, verdronken, deze had niet lang in het water gedreven want dat zie je gauw genoeg. De dag erna hetzelfde, en daarna weer, wel gek.
Van een kennis die regelmatig bij ons op bezoek kwam, geïnspireerd door de geluiden bij ons in het voorjaar van de reigers en Vlaamse gaaien hoorden we veel verhalen over de mystiek en gewoonten van Indonesië, o.a. over de witte hadji (de stille kracht). En tijdens het koken en eten bij een vuur zaten we ademloos te luisteren naar deze verhalen, de beelden kwamen op en versterkt door onze eigen omgeving, was het niet moeilijk om je te wanen in de wereld van de stille kracht.
Met het verhaal van de stille kracht nog in mijn hoofd zat ik op een avond bij het raam televisie te kijken en in mijn ooghoek zag ik een witte schim langs het raam suizen, was de witte Hadji niet een gezicht de ene kant wit de andere kant zwart, oké, geen aandacht aan besteden, na een tijdje, hé weer. De volgende dag vond ik weer een dode muis in de regenton. En die avond kwam de witte Hadji weer langs. Wel, ik ben niet bang maar ik wil wel weten hoe het in elkaar zit.
‘S morgens de dag beginnen met een bakje koffie op de bank en naar buiten staren, gewoon staren kijken naar vogels, eigenlijk alles wat beweegt, maar ook bladtextuur en proberen alle kleuren groen te tellen, (nou een kansloze missie overigens) ik keek naar een grote den in de tuin voor huis en zag ik een kerkuil in de kruin van de boom vliegen en verdween onder het dennengroen. Toen werd het mysterie van de witte hadji duidelijk, het was de kerkuil, deze is wit aan de onderkant en het hok staat vlak naast het huis. In het hok zijn weldoorvoede muizen, de uil jaagt op de muizen maar moet langs het raam scheren op z’n kant om de muizen te pakken. De muis loopt in de dakgoot want dan hoeft deze niet over alle balken te rennen, ziet op het laatste moment de uil aan komen wil zich redden door in de regenpijp te springen en komt in de afgesloten regenton terecht.
‘s avond was de witte Hadji er weer.
Een boodschap doen in Bakhuizen bij Th. De Boer (voor al uw tuinartikelen), wat hoor ik toch onder de motorkap, ik deed de motorkap omhoog 3 muizen sprongen de wereld in. Onlangs nog muizen verwijderd uit de isolatie van de motorkap van mijn huidige auto.
Muizen, muizen, bij het houthok verzamelen wij onze lege (wijn) flessen, er lag een koffiemelk flesje zonder dop, ik keek nog eens goed, hé er zat een muis in de fles, hoe komt die nou in de fles, erger nog hoe komt die eruit, want ik zag zijn verwoede pogingen om uit de fles te komen. De muis was in de fles gekomen redelijk dun, kon zich afzetten tegen de ruw houten wand om in de fles te komen, maar eenmaal in de fles, heeft deze genoten van de restjes koffiemelk en dus wat dikker en glad en was er geen weg terug. Na een tijdje gaf de muis de strijd op, en ging in het midden van de fles zitten zich schoon te likken en zat treurig om zich heen te kijken. Ik heb een serie foto’s gemaakt van zijn strijd ik dacht je weet maar nooit, misschien opsturen naar Friese vlag, maar ja wie wil een muis in de koffiemelk.(zie foto’s)
Ik heb een bijl gepakt, een doek gewikkeld om de fles en sloeg de onderkant van de fles eraf, de muis sprong uit de fles en verdween onder het hout in het houthok. Een beetje ondankbaar leek de aktie van de muis om zich met die snelheid in veiligheid te brengen. Ik was bezig de glasscherven van de fles op te ruimen en zag tot mijn verbazing de muis weer te voorschijn komen en deze bleef mij een tijdje aankijken, hij stak nog net niet zijn duim omhoog.
De dag erna bij de achterdeur vond ik in de compostemmer in een laagje water een dode muis drijven, cést la vie.
Deel 3, volgt en gaat over een ree die van stones muziek houd of zit het toch anders?

Deel 1 Vis in de Tuin
Voor de Teatertún is er één belangrijke datum in het jaar en dat is het einde van het broedseizoen bij ons in het zo vermaarde Rijsterbos. Daar waar vrijwel de hele herfst ,winter en vroege lente nog wordt gezaagd, gesjord en gesleept met bomen, paden worden omgewoeld door grote tractoren, bospest tot de grond wordt vernietigd, nieuwe toeristische routes worden uitgezet, doormiddel van felgekleurde paaltjes, erger nog de uitgezaagde felgekleurde paddenstoelen en wat te zeggen van palen met witte plaatjes met afbeelding van V2 raketten erop.
Niet dat de natuur, vogels en dergelijke zich er ook maar iets van aan trekken, ik heb in de 30 jaar dat wij hier wonen daar nog nooit tekenen van gezien, denk dat de mensen (wandelaars) zich meer storen aan de werkzaamheden, vooral de zo nu en dan bezoekers van het bos. De dieren storen zich hooguit 1 dag in de week, duiken dan diep weg in de greppels, onder sparren en varens, en vogels zitten hoog in bomen.
En dan opeens vanaf 15 maart valt er een stilte als een deken van rust over de omgeving. Hooguit horen we nog een trekker met een schuifbord die de boel wat probeert te fatsoeneren en de ontstane drek op een hoop te schuiven aan de zijkant van het pad.
Het toeval wil dat om de Teatertún heen een reigerkolonie zich bevind in het zogenaamde stilte gebied voor ons huis. Al die tijd zien wij van dichtbij dat zo rond 5 februari de eerste reigers aankomen vliegen dit kun je niet missen want zo’n 75 mtr voor de landing geven de reigers al een sein en dit doen ze het hele seizoen.
En vooral als er jongen zijn (er worden wel 75 nesten geteld) soms zo’n 3 jonge reigers per nest, is het moeilijk voor te stellen dat bij ieder seintje de jongen weten wat hun ouders zijn, en bedenk wel dat 3per nest x 75 = 225 plus in ieder geval 1 ouder, smijt al gauw zo’n 300 reigers op. Het gaat dus niet op het zicht maar puur op geluid, want het voederen gaat de hele dag en nacht door, maar gelukkig begin van de middag dan doet iedereen een dutje en is het wat rustiger. Want laten we wel wezen mooie klanken hebben reigers niet, “oer” dat wel, maar ze zullen niet hoog eindigen in de Vara’s vroege vogel, top 100. Er wordt hier te huize van der Wal dan ook wel geuit ”wat een klere herrie hebben die krengen weer”,maar ik zou ze voor geen goud willen missen.
In de afgelopen jaren, is er toch wat gaande met de reigerkolonie, zij verhuizen. Waar eerst de reigernesten zich bevonden in het stiltegebied van het rijsterbos, komen de reigers steeds dichterbij en met meer. De eersten die het durven waren reigers in een den boven onze postbak, eerst 1 nest toen 2 enz., momenteel zitten er 4 nesten in die boom, tot bedenkingen van post en krantbezorgers, want alles zit onder de witte drap. Vanaf 2002 zijn de reigers aan het verplaatsen, inmiddels zitten ze boven het podium. En geef ze eens ongelijk, een mooi uitzicht over de tuin, een scala aan padden, kikkers en vissen, want ooit zaten er vissen in de vijver voor het podium. Zonnebaarsen gedoneerd door het Fryske gea, de zonnebaarsen hadden zich een beetje te vermenigvuldigd. Er kwamen 2 bakken vissen, en hup zo de vijver in. Ja dit was toch wel een perfecte plek voor vissen en binnen de kortste keren zat de bak vol met Zonnebaarsen, mooie vissen, maar wel een beetje veel van het goede. En ze vraten alles op, van waterluis tot jonge libellen larven. Ik heb geprobeerd te reguleren, ik heb geprobeerd ze te slijten bij de welkoop, ik heb gedacht ik stort ze in de sloot, maar ja die staat elk jaar 2 maanden droog, dus laat maar zitten. De oplossing was nabij.
Op een avond liep ik door de tuin en keek omhoog naar de hoge dennen boven het podium. Daar zaten zo’n 13 reigers naast elkaar en je zag alleen de hals en hun kop, als marionetten popjes keken ze elk, een kant uit. Je ziet dit ook bij stokstaartjes, ook een fantastisch dier. Niet veel later, werd het rustig in de vijver, de vijver werd weer helder, de waterlelies bloeien, de beekjuffers waren aan elkaar verbonden, en er heerste weer rust. Ik heb nooit meer een vis gezien.
Tot dat, het openluchttheater seizoen stond voor de deur, er moest worden schoongemaakt, opgeruimd, oftewel de boel aan kant. De kleedkamer voor wat het waard is, was ik de buitenkant aan het soppen, het stonk zuur, was wit uitgeslagen, het leek wel een in aller ijlverlaten visafslag. Ik hoorde een reiger aankomen,(deze houden zich niet aan het broedseizoen, want het was al 13 juni, waarschijnlijk een 2e legsel) lande in een boom, een hoop gestommel, gebraak, gekras, gekletter van snavels, ik keek omhoog en zag recht boven mij, iets glads, lang, slangachtig iets, op mij af komen en bleef hangen op een takje vlak boven mijn hoofd. Ik zag een paling van zo’n 55 cm lang en polsdik. En met verbazing dacht ik wat een kracht zo’n reiger heeft in zijn snavel om een paling van deze dikte te pakken, aangezien ik als jonge Bart wel op paling viste maar deze nooit kon vast houden in mijn hand.
Inmiddels zitten er 23 nesten in en rond het podium van de Teatertún, en zie dit als een compliment van de natuur.
Bart
De paling 55 cm. lang





